De Dag Dat Een Matras Hoofdrol Speelde😂🌹
We waren aan het lachen.
Niet zo’n beleefd lachje, maar echt.
Dat soort lachen dat ontstaat omdat niemand iets moet uitleggen.
En toen begon de telefoon te praten.
Niet rinkelen.
Praten.
“Tante… papa zijn bed doet raar.”
Dat is nooit een goed begin van een zin.
De matras was nieuw. Blauw. Golvend.
Zo’n matras die niet stil ligt, maar werkt.
Voor mensen die niet meer draaien, maar gedragen moeten worden.
“Hij doet het niet,” zei ze.
“Hij beweegt.”
Ja.
Dat is letterlijk zijn functieomschrijving.
Ik vroeg rustig:
“Heb je de stekker al gecontroleerd?”
Korte stilte.
“Euh… mijn moeder heeft die gisteren per ongeluk uitgetrokken.”
Voilà.
De stekker.
Altijd de stekker.
“Steek hem terug in,” zei ik.
“En zet de pomp hoger. Niet op twee. Vier. Vijf. Acht als het moet.”
Maar nee.
De oplossing lag al klaar.
“We gaan de matras omdraaien.”
Hier stopt elke voormalige mantelverzorger even met ademen.
“Nee,” zei ik.
“Dat kan niet.”
“Waarom niet?”
Omdat kabels niet houden van creativiteit.
Omdat elektriciteit geen geduld heeft.
Omdat een bed geen doe-het-zelfproject is.
Ik begon uit te leggen. Rustig. Technisch.
Zoals ik dat al jaren kende.
Maar uitleg alleen was niet genoeg.
En toen nam Rofke over.
Niet met woorden.
Met haar hele lijf.
Ze begon elektriciteit na te doen.
Met haar mond.
Met haar tong.
Met haar hoofd.
“Tsjjjjjjjchhhhhhhtchhhhhjjjj.”
Ze schudde alsof ze zelf onder stroom stond.😂
Tong tegen tanden. Ogen wijd open.
Zo echt dat je het tot in je knieën voelde.😂
“Zo,” zei ze, half bzzzzzend,
“zo gaat dat dan. Kaduuk. Dood.”
En toen…
begon ze zelf te lachen.
Niet een klein lachje.
Maar dat soort lachen dat alles onderbreekt.
Dat lachen waarbij woorden niet meer volgen
en je lichaam het overneemt.
Ik begon mee te lachen.
Onhoudbaar.
Echt kapot.
We stonden daar met een telefoon aan ons oor,
een denkbeeldige geëlektrocuteerde matras,
en twee vrouwen die zichzelf niet meer konden houden.
En toen zei Rofke:
“Zeg tegen die kinderen daar achter de lijn
dat ze stil moeten zijn.
Zo kunnen we niet praten.”
Ik keek haar aan.
“Zou ik dat wel zeggen?”
“JA,” zei Rofke.
“Zeg maar dat ik het gezegd heb.”
Dus ik zei het.
En wonder boven wonder:
het werd stil.
De telefoon werd even neergelegd.
En Rofke belde het bedrijf.
Zonder paniek.
Zonder omwegen.
Met het soort stem dat zegt: dit lossen we nu op.
Het bedrijf luisterde.
Ze kwamen ons tegemoet.
De matras wordt vervangen.
Maar dat was bijzaak.
Want wij?
Wij lagen ondertussen dubbel van het lachen.
Zo hard dat ik tegen Rofke zei:
“Weet je wat wij nu eigenlijk nodig hebben?”
Ze keek mij aan.
“Wij zouden moeten blowen.”
Niet omdat het moest.
Maar omdat zij daar zat met haar pijn,
en ik met de mijne,
en omdat lachen soms het enige is
dat nog rechtstaat.
De stekker bleef erin.
De matras bleef liggen.
Rofke bleef Rofke.
En ergens die dag wisten we het allebei:
zorg is serieus,
maar zonder humor
zou niemand het overleven.
En sommige dagen
spelen matrassen gewoon
de hoofdrol.
Einde.
RoseBloom 🌹copyright 2025
Schrijf hier je gedachte -Elke waarheid telt”🌹