Er was een huisje.
Te klein om ons te dragen,
te koud om ons te verwarmen,
en toch het eerste dak
vanwaar alles begon.
Eén kamer, vier muren,
een vloer die kil bleef in de winter.
Kinderen lagen zij aan zij,
adem boven adem,
dromen die op elkaar botsten
zoals golven in een te smalle rivier.
Voor mij waren het babyjaren.
Ik herinner mij de geur van dekens,
het gefluister van stemmen boven mijn wieg.
Voor mijn zussen en broers
waren het eeuwen.
Twee jaar die voelden als tweehonderd,
omdat honger elke dag terugkeerde,
omdat schoolgang een strijd was
zonder boeken, zonder pennen, zonder schoenen.
Mijn moeder verkocht haar laatste stuk stof
om melk voor de baby te vinden.
Mijn vader zocht werk
met lege handen en hoop in zijn ogen.
En toch ademde het huisje.
Het ademde onze schaamte,
maar ook onze koppigheid.
Het ademde onze honger,
maar ook de stille belofte:
dat we dit zouden overleven.
Wie binnenkwam, zag armoede.
Wie er woonde, voelde overleven.
Wij leerden er wat geen school kon leren:
dat samenwonen in krapte
ons sterker maakte dan muren ooit konden zijn.
Het huisje leeft nog in mij,
niet als een plek van steen,
maar als een spiegel.
Het toont mij waar ik vandaan kom,
en waarom ik vandaag schrijf.
Want woorden ademen zoals dat huisje ademde:
krap, benauwd, en toch vol leven.
—
Zachte kracht schrijft zich vrij
RoseBloom 🌹
Copyright ©️ 2025

Copyright ©️ 2025
Schrijf hier je gedachte -Elke waarheid telt”🌹